Fastfoodmuseum
Fastfoodmuseum2020-01-28T15:00:04+00:00

1949

Boven de grote rivieren

1949

De frituurcultuur is niet langer overwegend een Zuid-Nederlands fenomeen. Productschap Bedrijfschap stelt in 1949 vast: ‘Trof men zogenaamde frituurrestaurants praktisch alleen in het zuiden des lands aan, thans worden bedoelde restaurants, alsmede patates frites-bakkerijen ook in de overige provincies veelvuldig aangetroffen.’ De frituurcultuur nestelt zich stevig boven de grote rivieren.

Smaakmakers uit Indië

1949 – 1968

Na de val van de kolonie in de Oost, maakt de smaak van Nederlands-Indië op grote schaal zijn entree. Via Indonesische kookvrouwtjes belandt de receptuur in vrouwenbladen als Libelle. Menig cafetaria-achtig bereidt bami en nasi. In de loop van de jaren komen snacks als de loempia, kroepia (Rotterdam), sateetjes, bamischijven en nasiballen de snackvitrine binnen.

1953

De mening van de Misset

1953

Vakblad Missets Horeca in 1953: ‘De gehele wereld toont het beeld der massale vervlakking en van popularisering van vele instellingen, welke voorheen tot de priveleges der financieel beter gesitueerden behoorden. Of men het daarmee eens is, vraagt de samenleving niet. Het al dan niet noodzakelijke eten-buiten-de-deur heeft zijn mogelijkheid in de cafetaria gevonden.

Man van de knakworst

1953 – 1979

De industrie haakt in op de nieuwe markt. Er ontstaan regionale schilbedrijven en voorbakkerijen voor patat. In 1953 ontstaat De Man van de Knakworst in Zutphen. Begonnen als producent van knakworsten, biedt de firma landelijk een uitgebreid pakket voor cafetariahouders. In 1958 verkoopt het bedrijf honderdduizenden worstjes op de Wereldtentoonstelling in Brussel.

1958

Viva voor de frikandel

1958

De frikandel, Nederlandse snackfolklore. De Vries Vleessnacks en Beckers zijn de pioniers. De snack volgt op een wetsverandering rond de gehaktbal. Het voorgeschreven gehalte meel wordt lager. Om de wet te omzeilen, wordt de bal met veel meel een worst. Rond 1970 ingeburgerd, gaat de frikandel in 1998 de kroket voorbij als populairste snack.

Even katholieke frieten

1958

In 1929 ontstaat de Nederlandsche Bond van Consumptieijsbereiders. Als steeds meer ijsbereiders frites gaan verkopen, ontstaat er tweespalt. Die leidt tot een katholieke afsplitsing van ijsbereiders én fritesbakkers. Rond 1958 komen de twee partijen tot elkaar. De gezamenlijke belangenclub zal evolueren tot de organisatie IJsfrica, die uiteindelijk zal opgaan in Koninklijk Horeca Nederland.

1959

Het eerste duizendtal

1959 – 1997

‘Opgetrokken vanuit België heeft de warme worstjes- en patatkraam Nederland volkomen in zijn ban gekregen.’ Aldus vakblad De Conservator in 1959. Er zijn dan ruim duizend cafetaria’s en frituren. Ze verkopen dagelijks 450.000 porties frites. De groei houdt aan tot 1997. In dat jaar zijn er 5700 inpandige snackbars – naast vele honderden kramen en wagens.

1960

FEBO of Ferdinand Bol

1960

Naast avonturiers en ijsbereiders, roeren veel bakkers zich op de snackmarkt. Ook Johan Izaak de Borst in Amsterdam. In 1960 breidt zijn bakkerij aan de Amstelveenseweg – oorspronkelijk gepland aan de Ferdinand Bolstraat – uit met een automatiek (‘kroketten uit eigen keuken’). Febo wordt synoniem met ‘Eten uit De Muur’ en expandeert na 1980 snel.

1963

Wimpy, ’n Britse Burger

1963

Grootgrutter Albert Heijn en het Britse horecaconcern Lyons lanceren in 1963 het concept Wimpy in Nederland. Nederland maakt op grote schaal kennis met hamburgers en met het bedrijfsmodel franchising. In heel Nederland openen een kleine dertig Wimpy Bars hun deuren. Rond 1980 gaat het mis na een opstand van franchisenemers; Wimpy trekt zich terug.

1966

Eigen sausje voor frites

1966

Fritessaus beleeft zijn debuut als alternatief voor mayonaise en andere sauzen. Fabrikant Remia – die in 1960 in Den Dolder een grote sauzenfabriek bouwde – is de uitvinder van de saus. Fritessaus is armer aan vet en groeit uit tot één van de populairste sauzen in de cafetariasector. Andere fabrikanten gaan in navolging ook fritessauzen produceren.

1967

Start Ladage en Verhage

1967

In Rotterdam wordt de kiem gelegd voor twee snackimperiums. Joop Verhage begint op Zuid met zijn broer een snackbar. Bram Ladage verkoopt op de markt verse frites. Veertig jaar na dato zijn het klinkende namen in de Rijnmond: Verhage Fastfood en Bram Ladage hebben aan het begin van het derde millennium elk circa dertig zaken.

1969

Het ambacht neemt af

1969

In de 1960’s groeien fabrikanten van snacks (zoals Mora en Beckers), sauzen (Luyckx, Remia, Gouda’s Glorie) en frites (Aviko, De Fritesspecialist) groter. Snacks maken de meeste frituurondernemers desondanks nog zelf. Wel verwerken al vier van elke tien cafetariahouders patat die in de fabriek is voorgebakken. De ambachtelijkheid zal nadien nog veel verder afnemen.

Meer Berichten Laden